OK, ni dan.

Ok, ni dan.

Mijn vast wandeltoertje was ineens onderbroken: het pad dat naast een groot gebouw-in-aanbouw loopt, was afgesloten door bestelwagens.
Heel even voelde ik een geïrriteerde “Het is ni waar, hé” opborrelen, maar heel snel volgde ‘Ok, ni dan.’
Ik keerde op mijn stappen terug en liep verder door andere modder.

‘Ok, ni dan’ denken. We hebben het dit jaar stevig kunnen oefenen.

In maart vorig jaar dachten we een maand flink te moeten zijn, waarna we het leven gewoon weer gingen oppakken.
Ok, ni dan.
Mijn agenda met opdrachten liep verder leeg, en ik begon te wandelen.

We konden in de zomer niet naar mijn broer en zijn gezin in Zwitserland, maar de hele familie zou mekaar dan wel met kerst zien.
Ok, ni dan.
Het werd de kleinste kerst in jaren.

Mijn splinternieuwe coaching-ruimte-aan-huis zou heerlijk dienst doen vanaf oktober.
Ok, ni dan.
Ik ga er af en toe alleen in mijn zeteltje zitten, om te lezen of naar buiten te staren.

In het najaar keek ik uit naar een paar fijne concerten en boeiende theatervoorstellingen.
Ok, ni dan.
Ik heb behoorlijk veel series gebinged en een paar keer stevig gedanst in de living.

Vorig jaar werd ik 49. ‘Gelukkig kan ik volgend jaar mijn groot feest geven!’
Ok, ni dan.
50 worden zal ik wel vieren door offertes voor trapliften, reclame voor uitvaartverzekeringen, en Plus Magazine te lezen.

In 2021 zal alles terug normaal worden.
Ok, ni dan.
Iedereen gevaccineerd voor de zomer.
Ok, ni dan.
Versoepelingen vanaf de lente.
Ok, ni dan.

Wachten zonder verwachten. Zonder cynisch te worden.
Op betere tijden, op voortschrijdend inzicht, op Godot.

This too shall pass.
Ok. Dan.