Berichten

,

Don’t fill the void.

Ik ben een tetterwijf. Ik denk terwijl ik spreek. En ik spreek snel. En veel.

Op mijn 2 jaar stond ik op de salontafel om het bezoek te onderhouden met mijn bevindingen over het leven.
De inzichten waren nog niet echt diep, maar de woorden rolden er al vlotjes uit.

Als puber praatte ik mijn ouders en leerkrachten soms onder tafel, met een 3 dagen zwijgende moeder en puntenaftrek op het rapport tot gevolg.

Later gebruikte ik woorden om me te tonen, me te manifesteren.
‘Zie eens hoe veel ik weet/grappig ik ben/expertise ik bezit….’
Afin, ik hing soms lichtjes irritant de ‘smartass’ uit.

Als communicatietrainer en coach, ben ik ervan doordrongen hoe belangrijk woorden zijn.
Het juiste woord op de juiste plaats helpt te begrijpen en begrepen te worden.
Zoals een cliënt onlangs zei: “Da’s echt heel bijzonder, dat iemand ineens alles uitspreekt wat in mijn hoofd zit.”

Wat echter onderbelicht blijft, zeker in deze van communicatie-prikkels overlopende tijden,
is de kracht van de stilte.
Als een gesprek niet met onnodige woorden wordt dicht gemetseld, kan er zoveel gebeuren.
Het is in de stilte dat we van ons hoofd naar ons hart en onze buik gaan.
Stilte is de plek waar we beseffen, realiseren, voelen, écht weten.

Dus bracht ik onlangs een deelnemer in een rollenspel in een Engelstalige training tot zwijgen door te zeggen: “Don’t fill the void! It’s where the important things happen.”.

Ook ik leer zwijgen.
Woordeloos aanwezig zijn.
Stiltes stil laten.
Zo schoon wat er in de leegte allemaal kan gebeuren.

Lijkt me ook een uitstekend advies voor de vakantie: don’t fill the void.

,

Goede raad is niks waard.

– Je moet je dat niet zo aantrekken.
– Och, wees blij dat we niet in Syrië wonen.
– Je stelt je ook zo kwetsbaar op, hé, niet doen.
– Zou je niet eens naar de dokter gaan voor antidepressiva?
– Je moet dat allemaal niet zo laten binnen komen.
– Ja, mensen zijn nu eenmaal zo, je moet je daar bij neerleggen.
– Kijk eens naar wat je wel allemaal hebt!
– Je denkt echt te veel na, laat het gewoon los.
– Kop op, andere vissen in de zee.
– Neem vitamine D zoals ik, ik voel me keigoed.
– Je verwacht teveel.
– Ik zit ook in die situatie, maar je hoort mij toch niet klagen?
– Goh, zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar.

Wat kan het toch deugd doen om je hart te luchten als de dingen tegen zitten.
Als je geluk hebt. En aan de overzijde geen ‘alles-is-toch-toppie’-persoon zit.
Iemand die lichtjes ongemakkelijk wordt van zwaarte en problemen, en daarom zijn toevlucht neemt tot plattitudes, quick-fixes en dooddoeners.
Waardoor je je enkel nog ellendiger, waardelozer, onbegrepen en soms zelfs veroordeeld voelt.

Toegegeven, we bezondigen ons allemaal al eens aan zulke uitspraken.
Want we willen toch zo graag dat het goed gaat met de ander. En dat het gezéllig blijft.
Maar dat helpt niet. Integendeel.
Als ongenoegen, twijfels en pijn worden geminimaliseerd en weggemoffeld, gaan ze onderhuids broeien, etteren.
En zoeken ze een andere uitweg.
(Hier zou een heel lange lijst kunnen volgen van fenomenen als hoofdpijn, stress, irrationele irritatie-uitbarstingen over depressie en burn-out tot verkiezingsuitslagen, maar ik probeer het kort te houden.)

Om te kunnen vooruitgaan, veranderen, groeien, is er een heel belangrijke stap die absoluut niet mag worden overgeslagen: De Godverdomme.
Ik houd dan ook een hartstochtelijk pleidooi voor een ‘Gezonde Graad van Godverdomme’

Een ‘Gezonde Graad van Godverdomme’ geeft de ruimte aan frustratie, boosheid, angst, verdriet, niet-weten, pijn. De gesprekspartner moet er gewoon bij zitten, luisteren, laten zijn.
Pas vanuit het recht in de ogen kijken van al wat pijn doet, wringt en lastig is, pas vanop de bodem van de put, vinden mensen grond om zich weer af te zetten en nieuwe mogelijkheden te zien.

Een ‘Gezonde Graad van Godverdomme’ zorgt ervoor dat er geen energie meer wordt verloren aan ‘doen alsof’ en ‘vechten tegen’ én zorgt er tegelijk voor dat men niet blijft zwelgen in de ellende.
Zodat in totale acceptatie weer energie en zuurstof wordt gevonden om verder te gaan.

– Voilà, zo moeilijk is dat toch niet?
 

Controledrang is begrijpelijk. En lichtjes idioot.

Mensen zijn voorspellingverslaafd.
We willen kunnen voorspellen dat het droog gaat blijven, dat deze relatie wél zaligmakend is, wie de winnaar van de verkiezingen wordt, hoe een gesprek zal verlopen, of een samenwerking zinvol zal zijn.

Want: Als we het kunnen voorspellen, kunnen we het con-tro-le-ren. Dan zijn we voorbereid op alles wat ons afkomt en kunnen we altijd exact het juiste zeggen en doen. ‘Mij gaan ze niet liggen hebben!’
We koesteren de veilige illusie dat er niets kan gebeuren waar we geen oplossing, antwoord of uitweg voor hebben.

Dus we vullen vragenlijsten in, leren gespreksstructuren vanbuiten en plakken kleuren, lettercombinaties of persoonlijkheidskenmerken op mensen.
We maken van veelzijdige, unieke, mysterieuze mensen, behapbare en duidelijke types die zich op een voorspelbare manier gaan gedragen. Wel zo makkelijk. Denken we. En dan loopt het mis.

Onze controledrang doet ons in ons hoofd kruipen.
We verliezen ons in veronderstellingen, passen ons gedrag aan in functie van onze typering van de ander, stippelen een heel scenario uit. En zijn dan volstrekt verbaasd en zelfs verontwaardigd over een onverwachte reactie. “Maar jij bent toch een blaùwe!”

Een mooi voorbeeld van controledrang in een gesprek zag ik deze week in mijn workshop ‘Complimenten zijn voor softies – Feedback geven die plakt’.
Toen het gesprek met de acteur in de rol van een bepaalde medewerker lastig werd, legde ik het stil.
“Ik ging ervan uit dat zij boos ging worden en zou tegen-argumenteren, en daarop kon ik dan zeggen dat we nu echt maatregelen moeten treffen. Maar ineens gaf zij toe en zei dat ze ongelukkig was met de situatie. Toen wist ik niet meer wat ik moest zeggen.”

Bon, volledige controle is dus een illusie. Maar wat kan je dan wél doen?
Improvisatietheater leerde me deze bijzonder waardevolle paradox:
je krijgt pas controle over een situatie door de controle los te laten.

Je verlaat je hoofd met daarin ‘het script’ en maakt contact met wat je ziet, hoort, merkt, voelt.
En dat benoem je. “Goh, ik ben nu wel even verrast door jouw reactie, ik dacht dat je boos ging worden.” Laat dan stilte en ruimte aan de ander om te reageren.
Je houdt jouw intentie, het doel van het gesprek voor ogen (iemand doen inzien dat bepaald gedrag niet ok is) maar staat open voor eender wat er op je afkomt.

Door de gewenste, ingebeelde toekomst los te laten ben je in het hier en nu. Je bent je bewust van wat je zegt, je bent alert en kan zien hoe jouw boodschap bij de ander overkomt, dat dan weer benoemen en als het nodig is bijsturen. Je krijgt controle door de controle los te laten.

Tips ‘n tricks, gespreksstructuren en persoonlijkheidstyperingen hebben hun verdienste als handvat, als vertrekpunt, om woordenschat te geven aan wat je wil verduidelijken.
Als je er maar niet constant en krampachtig de werkelijkheid in wil proppen.

Wil je controle over jouw controledrang?

Contacteer me voor het cut-the-crap coaching-traject.

Warme groet,

Ingrid

,

Tips ‘n tricks helpen niks… als je jezelf niet laat zien.

Deze week, in een training voor ‘omgaan met lastige situaties’ voor leidinggevenden.

Alle deelnemers brengen eigen cases aan. Deze keer ben ik de rollenspel-acteur en geef ik gestalte aan de ‘medewerkers waarmee je als leidinggevende vastloopt’.
Een vrouw van net 60, die geen info wil delen, koppig vasthoudt aan de eigen gewoontes en een gedemotiveerde indruk geeft.
Een man die altijd voor perfecte kwaliteit gaat maar daardoor in tijdsnood komt, de laatste tijd zichtbaar meer gespannen wordt, zich moeilijker kan concentreren en daardoor fouten maakt die hij vroeger niet maakte.
Een collega-leidinggevende die zich steevast cynisch uitlaat over de verwezenlijkingen van anderen.

Beurtelings experimenteren de deelnemers met technieken en communicatietips.
Ze lopen vast wanneer het dichtbij komt. ‘Jeezes, da’s dus echt hoe die persoon reageert, he!’
‘Ik word daar dus kwaad/ongerust/onzeker van (afhankelijk van de respectievelijke situatie), maar dat kan ik toch niet zeggen?’

Aha. Nu zijn we er. De grote misvatting.
“Als leidinggevende moet ik ten allen tijde rationeel, alwetend en zelfzeker zijn.”
Deze verkrampende mantra ondermijnt het contact met jezelf en met anderen, vermindert wederzijds vertrouwen en belemmert onze groei.

We bespreken wat er gebeurde. Hoe ik zag dat de deelnemer gespannen werd, of boos, of onzeker. (Jawel, zelfs in een nagespeelde situatie.)
En dat doen alsof dat niet zo is, ervoor zorgt dat we elk in ons hoofd en onze burcht kruipen en het contact verdwijnt.
We proberen opnieuw.
Deelnemers spreken hun gevoel uit. Durven nieuwsgierig zijn naar mijn reactie als medewerker. Accepteren dat ze nog niet op voorhand de oplossing weten en dat dat een goed, verbindend gesprek niet in de weg staat.

“Ik neem van vandaag mee dat ik veel meer plaats mag geven aan wat ik voel.”
“Voor mij was toch de eye-opener dat ik mezelf veel minder onder druk moet zetten om een pasklare oplossing te vinden.”
“Ik ga als leidinggevende veel meer gewoon mezelf proberen zijn.”

It’s that simple. Toch?